Het zaad van de klimplant der liefde

Tridandisvami Sri Srimad Bhaktivedanta
Narayana Maharaja

Een lezing gehouden in Frankrijk op 6 juli 2002
Bhakti-lata-bija
Nederlandse vertaling: Indira dasi
Gaudiya Vedanta Library Lelystad
Karttika, oktober 2002



[Sripad Madhava Maharaja:] Srila Gurudeva heeft me gevraagd het volgende vers uit te leggen:

brahmanda bhramite kona bhagyavan jiva
guru krsna prasade paya bhakti-lata-bija

       Door de grondeloze genade van guru en Krsna kan de beoefenaar het zaad van bhakti ontvangen.

[Srila Narayana Maharaja:] Wie ontvangt het zaad?

[Sripad Madhava Maharaja:] De sadhaka.

[Srila Narayana Maharaja:] Waarom zeg je sadhaka? Iedereen kan het ontvangen.

[Sripad Madhava Maharaja:] Door de gezamenlijke, grondeloze genade van guru en Krsna kan ieder levend wezen de bhakti-lata-bija ontvangen. In dit vers heeft 'guru krsna' twee betekenissen: het betekent 'door de gezamenlijke zegen van Sri Guru en Sri Krsna' en het betekent dat guru een manifestatie is van Krsna. Guru en Krsna zijn niet-verschillend, hetgeen wordt bevestigd in Caitanya-caritamrta:

guru krsna-rupa hana sastrera pramane
guru-rupe krsna krpa karena bhakta-gane

["Volgens de geopenbaarde stelling van alle geopenbaarde geschriften is de geestelijk leermeester niet-verschillend van Krsna. Sri Krsna, in de vorm van de geestelijk leermeester, verlost Zijn toegewijden." (C.c. Adi 1.45)]

       Door de grondeloze genade van asraya-bhagavan (de geestelijk leermeester), kan het levend wezen de bhakti-lata-bija ontvangen. Deze bhakti-lata-bija is het verlangen om Krsna te dienen. Hoe manifesteert dit verlangen om Krsna te dienen zich in het hart? Het manifesteert zich door te luisteren naar de hari-katha uit de mond van de bonafide guru en bonafide Vaisnava's. Als we met vertrouwen proberen te luisteren naar Krsna's spel en vermaak verteld door Gurudeva en ook door zuivere Vaisnava's, zal het verlangen om Krsna te dienen in het hart verschijnen. Ik zou graag een paar voorbeelden willen geven van het spel en vermaak, dat we van onze Gurudeva en van Vaisnava's hebben gehoord.

 

       Krsna en Zijn sakha's, zoals Sridama, Madhumangala en anderen, waren eens met elkaar aan het worstelen en uiteindelijk kwam Sridama naar voren als de winnaar, terwijl Krsna in Zijn eentje stond te applaudisseren. Toen de sakha's dit zagen vroegen ze Hem, "Krsna, waarom sta Je zo hard te klappen?" Hij antwoordde, "Omdat Ik Sridama versloeg in de worstelwedstrijd." Durvasa Rsi, die erbij had gezeten en het schouwspel had gadegeslagen, kon er niet achter komen of Krsna de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods was, of gewoon een aardse jongen. Vol verbazing keek hij toe, terwijl de jongens met Krsna debatteerden. Sridama daagde Hem uit, "Krsna Kanhaiya, hoe kun Je nu zeggen dat Jij mij versloeg? Alle sakha's hier zijn ooggetuigen; ze hebben allemaal gezien dat Jij op Je rug onder mij op de grond lag. Daarom ben ik de winnaar". Krsna antwoordde, "Maar Mijn neus wees omhoog en degene wiens neus omlaag wees is de verliezer; dus jij bent de verliezer!"

       Juist op dat moment zagen ze, dat er een baba in de buurt zat, die naar hen zat te staren. Uit Zijn grondeloze genade wilde Krsna hem samen met Sridama en de andere sakha's Zijn darsana geven. Hij zei, "Laten we het aan deze baba vragen, hij heeft alles gezien". Toen begaf Hij Zich naar Durvasa Rsi en zei, "Baba, Ik ben de winnaar en Sridama is de verliezer, nietwaar?" Durvasa zat daar en bleef eenvoudig zwijgen, omdat hij volledig in de war was van hetgeen zich afspeelde. Sridama zei toen, "Baba, spreekt u alstublieft de waarheid. Liegt u alstublieft niet, zoals Krsna. Ik ben de winnaar en Krsna is de verliezer. Het is ongepast voor een heilig persoon om te liegen. Als u liegt, zal de zonde van het liegen u te gronde richten." Durvasa Rsi bleef zitten staren en begon een beetje te trillen. Krsna kwam dichter bij, keek hem aan en zei, "Waarom geeft u geen antwoord? Kunt u niet spreken?" Sridama voegde eraan toe, "Baba, waarom antwoordt u niet? Bent u doof?" In zijn verwarring trachtte Durvasa Rsi iets te zeggen, maar hij kon alleen stamelen, "Wat moet ik zeggen ... ik weet niet wat ik zeggen moet ..." Nu zie Krsna tegen Sridama, "Ach, deze baba is bogus. Hij weet het niet." Krsna trok aan de baard van Durvasa Rsi en zei, "O Baba! Bent u stom, of bent u doof? Waarom geeft u ons geen antwoord?" Sridama kwam erbij staan en trok ook aan Durvasa's baard en zei, "Ja, bent u doof, of bent u stom?" Tenslotte zeiden de sakha's, "Kom, laten we gaan. Hij weet het niet."

       Door zich in goede associatie te bevinden en hari-katha te horen van een bonafide guru of Vaisnava's zal men geleidelijk het verlangen ontwikkelen om een vriend van Krsna te zijn en als een van Zijn sakha's met Hem te spelen. Dit is prima. Nu zal ik een ander spel en vermaak reciteren.

 
Moeder Yasoda had Krsna juist in bad gedaan. Enkele ogenblikken nadat Hij uit bad was gekomen en door Zijn moeder heel mooi was aangekleed rolde Krsna over de grond en maakte Zijn kleren vuil. Daarna ging Hij naar haar toe en vroeg of ze Hem wilde optillen. Ze zei tegen Hem, "Nee. Ik raak Je niet aan. Je bent vuil; Je bent een stoute jongen. Ik heb Je zojuist een bad gegeven en Je zo mooi aangekleed, maar Jij liep weg en stoof door het zand. Ik raakt Je niet aan."

       Narada Muni had deze hele scene aangezien en dacht bij zichzelf, "Hoe fortuinlijk is Moeder Yasoda! De Allerhoogste Persoonlijkheid Gods wil bij haar komen en op haar schoot zitten en zij geeft Hem een standje door te zeggen, 'Nee. Blijf uit de buurt en raak me niet aan. Je bent een ondeugd, een vieze jongen'.

       Door deze soort hari-katha van guru en Vaisnava's te horen kan men geleidelijk het verlangen ontwikkelen om Krsna te dienen, zoals Moeder Yasoda en Nanda Baba. Dit verlangen heet krsna-seva-vasana en is de bhakti-lata-bija.

     

       Nu wil ik een laatste voorbeeld geven. Krsna wilde Srimati Radhika troosten en Zijn excuses aanbieden, omdat Hij Haar met Zijn notoire activiteiten door het lint had gejaagd. Hij kwam Haar een bezoek brengen, maar Zij zei tegen Hem, "Hari hari jahe, Madhava jahe. Madhava kaitava badham. O Hari, Je moet hier weggaan! O Kesava, ga weg! O Madhava, ga hier vandaan!" De manjari's van Srimati Radhika kunnen Krsna ook zo een standje geven. Zonder hun goeddunken is Krsna niet toegestaan Radhika's kunja te betreden. Het verlangen om het Goddelijk Paar te dienen in de gemoedsgesteldheid van Radhika's manjari's wordt ook krsna-seva-vasana genoemd. Hoe komt dat? Door in goed gezelschap te verkeren en het spel en vermaak door Sri Guru en de Vaisnava's te horen vertellen kan met hun genade het verlangen om Krsna te dienen het hart van de oprechte leerling binnengaan. Dit is het verlangen om Krsna te dienen: krsna-seva-vasana en het is de bhakti-lata-bija.

      

       Ik heb drie voorbeelden gegeven hoe krsna-seva-vasana zich ontwikkelt door in goed gezelschap te zijn: in vriendschap (sakhya-rasa), in ouderlijke liefde (vatsalya-rasa) en in de gemoedsgesteldheid van een geliefde (madhurya-rasa). Als iemand, die dit spel en vermaak hoort, het verlangen ontwikkelt om Krsna in één van deze relaties te dienen, moeten we ons realiseren, dat hem of haar de bhakti-lata-bija door de grondeloze genade van Sri Guru en Krsna is gegeven. Dit is de betekenis van guru krsna prasade paya, bhakti-lata-bija. Als iemand deze bija verkrijgt, zal zijn leven succesvol worden.

[Syamarani dasi:] Srila Gurudeva heeft me gevraagd de vertaling en de betekenis van dit vers te geven. Nadat het levend wezen sinds onheuglijke tijden geboortes in de miljoenen verschillende levenssoorten heeft genomen ontmoet hij of zij tenslotte de geestelijk leermeester en ontvangt van hem het zaad van bhakti. De geestelijk leermeester plant het zaad niet zelf; hij geeft het aan de leerling, die dan als een tuinman, mali-hana, het zaad in zijn eigen hart plant. De leerling verzorgt en voedt het zaad door het water te geven met het proces van horen en chanten onder leiding van de guru; op deze wijze begint het zaad te ontkiemen. Het volgende vers heeft veel prachtige, diepe betekenissen. In Caitanya-caritamrta staat:

nitya siddha krsna prema sadhya kabhu naya
sravanadi suddha citta koraye udaya

["Zuivere liefde voor Krsna is eeuwigdurend in het hart van de levende wezens gevestigd. Het is niet iets, dat uit een andere bron kan worden betrokken. Zodra het hart door horen en chanten is gezuiverd, ontwaakt deze liefde op natuurlijke wijze." (C.c. Madhya 22.108)]

       Het is niet zo, dat de geestelijk leraar een of ander zaad geeft, dat zich niet reeds in het hart van het levend wezen bevindt. Nitya siddha krsna prema: krsna-prema (liefde voor Krsna) ligt reeds besloten, of latent in ons hart, evenals het zaad van een boom of plant, dat reeds alle eigenschappen van de boom of plant in potentie bevat. Bijvoorbeeld, een mangozaad bevat reeds de hele boom, zijn takken, bladeren, bloemen, vruchten en zelfs de smaak en het aroma van de vruchten. Alles is reeds in potentie aanwezig. Op dezelfde manier is krsna-bhakti, krsna-prema, reeds in ons hart in zaadvorm aanwezig. Onze gehele spirituele vorm, de diensten die we verlenen, de kleding, de haarstijl alles is er al. Dit wordt ook in het vers gezegd:

 jivera svarupa hoya krsna nitya dasa
krsnera tatastha sakti bedhabeda prakasa

       Het levend wezen is eeuwigdurende krsna-dasa of -dasi en daarom is alles van hem of haar reeds aanwezig. Wij zijn eeuwigdurend en kwalitatief hetzelfde als Krsna, maar kwantitatief verschillend van Hem. Als krsna-prema reeds als een zaad in sluimerende staat in het hart aanwezig is, wat wordt dan bedoeld met de uitspraak: de geestelijk leraar geeft het zaad? Als antwoord hierop, hebben de acarya's ons het voorbeeld gegeven van een zekere planetaire constellatie, die svati-naksatra heet. Als het regenseizoen onder deze constellatie plaats heeft, veroorzaakt het een speciaal effect op verschillende levende wezens. Bijvoorbeeld, de oesters in de oceaan hebben de potentie om parels te produceren, maar tenzij de regens van de svati-naksatra op het water vallen, waarin de oester leeft, wordt de parel nimmer ontwikkeld. Evenzo heeft de olifant de potentie om een gaja-mukta (olifantenjuweel) te produceren en als deze speciale regen op de olifant valt, verschijnt dit juweel. Een ander voorbeeld is de koe; als deze regen op de hoeven van een koe valt, verschijnt gaurocana, een geelgoud pigment dat in balsems wordt verwerkt. En de slang heeft het potentieel om een juweel te produceren, wanneer de svati-naksatra regens op zijn kop vallen.

 
Op dezelfde manier heeft ieder levend wezen een eeuwige relatie met Krsna in één van de vijf rasa's. Deze relatie is eeuwig, maar kan niet worden ontwikkeld zonder de inspiratie van de geestelijk leraar. Hij is het, die 'het zaad' van inspiratie geeft en die de leerling leert het zaad water te geven door op de juiste wijze te horen en te chanten.

       Zodra het zaad begint te ontkiemen, zijn de eerste twee blaadjes, die zich manifesteren, klesaghni en subhada. Bij het verschijnen van deze twee blaadjes beginnen alle soorten klesa, ellende, zoals onwetendheid, gehechtheid, afgunst en angst te verdampen. Tegelijkertijd verschijnen allerlei soorten subhada, goede eigenschappen, zoals trnad api sunicena: bescheidenheid, het respecteren van anderen, en niets voor zichzelf verlangen. Het zaad dat deze twee blaadjes produceerde heet sraddha. In Caitanya-caritamrta staat een heel mooi vers:

sraddha sabde visvasa kahe sudrdha niscaya
krsne bhakti kaile sarva karma krta haya

["Sraddha is de vertrouwelijke, vaste overtuiging, dat men door het verlenen van transcendentale liefdedienst aan Krsna automatisch alle onderliggende activiteiten uitvoert. Zulk vertrouwen is gunstig voor het verlenen van toegewijde dienst." (Bhakti-rasamrta-sindhu-bindu 1.3.41)]

       Door zich eenvoudig in Krsna's liefdedienst te verbinden wordt alles volbracht. Ieder verlangen, dat ik in deze materiële wereld heb, inclusief het verlangen naar bevrijding en mystieke vermogens, wordt door bhakti vervuld, zoals de bladeren en de takken van een boom automatisch worden gevoed door de wortels van de boom te begieten. Het vertrouwen in de bovenstaande uitspraak heet sraddha. Zoals Sripad Madhava Maharaja zojuist zei, wordt de neiging om Krsna te dienen, krsna-seva-vasana, door de guru in het hart geďnsprireerd.

       Een deskundige tuinman is in staat de karakteristieke eigenschap van een zaad te kennen door er slechts naar te kijken; hij weet welke boomsoort zich eruit zal ontwikkelen, welke soort water en hoeveel zonlicht het nodig heeft. Hij weet ook het zaad op deskundige wijze van voeding te voorzien, zodat het ooit een gezonde boom wordt. Op dezelfde manier kan een deskundig geestelijk leraar in het hart van ieder levend wezen kijken niet alleen in het hart van zijn leerling, maar van ieder levend wezen in iedere levenssoort en hij kan weten welk type bhakti-zaad daar ligt en welke soort relatie hij of zij heeft met Krsna. De geestelijk leraar kan de relatie ook voeden en onder zijn leiding kan hij de perfectie van krsna-prema geven.

[Srila Narayana Maharaja riep een toegewijde, die achterin de zaal zat en had zitten luisteren naar een simultaanvertaling van de lezing in het Duits:] Wat is de essentie van alles dat gezegd is? Je kunt in de Duitse taal spreken. Spreek luid, zodat ik het kan horen. Ik ken een beetje Duits. Wat is bhakti-lata-bija?

[Nadat de toegewijde had geprobeerd de stof te herhalen ging Srila Narayana  Maharaja door:] Dat betekent dat je niet luistert.

[Srila Narayana Maharaja richtte zich daarna tot Sundara Gopal dasa:] Geef de essentie van hetgeen is besproken in twee of vier zinnen.

[Sundara Gopal dasa:] Terwijl hij sinds onheuglijke tijden geboortes neemt in de miljoenen verschillende levenssoorten kan het levend wezen uitermate fortuinlijk worden door in contact te komen met een zuivere toegewijde. Hiervoor moet hij wat sukrti hebben uitgevoerd, zoals het vieren van Janamastami, of andere goede daden. Wanneer deze sukrti in zijn hart rijp wordt, ontmoet hij de zuivere toegewijde en heeft een natuurlijk vertrouwen in het horen van hari-katha uit zijn lotusmond. Het potentieel om Krsna te dienen in een bepaalde relatie ligt in het hart van iedere jiva te sluimeren en als het levend wezen naar de hari-katha door een zuivere toegewijde luistert, kan het zaad van bhakti zijn hart binnengaan. Dan kan hij krsna-seva-vasana, de neiging om Sri Krsna te dienen, ontwikkelen.

[Srila Narayana Maharaja:] Wat is het resultaat van die vasana (dat verlangen)?

[Sundara Gopal dasa:] Het resultaat is, dat de bhakti-klimplant begint te bloeien ...

[Srila Narayana Maharaja:] Hij denkt, "Oh, mijn leven wordt succesvol".

[Sundara Gopal dasa:] Hij neemt initiatie van een bonafide geestelijk leermeester en zijn leven wordt uitermate succesvol.

[Srila Narayana Maharaja:] Hij heeft deze overtuiging: "Door Krsna te dienen worden alle andere bezigheden in mijn leven automatisch volbracht:

sraddha sabde visvasa kahe sudrdha niscaya
 krsne bhakti kaile sarva karma krta haya

["Sraddha is het innerlijke, vaste vertrouwen, dat door transcendentale liefdedienst te verlenen aan Krsna men automatisch alle onderliggende taken volbrengt. Zulk steevast vertrouwen is gunstig voor het uitvoeren van toegewijde dienst." (Bhakti-rasamrta-sindhu-bindu 1.3.41)]

       Wat is de betekenis van dit vers?

[Sundara Gopal dasa:] Het hebben van sraddha betekent de vaste overtuiging hebben, dat door Krsna te dienen niets anders meer gedaan hoeft te worden. Evenals wanneer je de wortels van een boom water geeft, je de bladeren geen water meer hoeft te geven: ze zullen groeien door de wortels te begieten. En door Sri Krsna en Guru te dienen hoef je geen andere activiteiten meer te ondernemen. 

[Srila Narayana Maharaja:] Kan die toegewijde zonder moeite in zijn levensonderhoud voorzien? Zal er geld komen, of niet? Zniets te doen voor je wereldse behoeften. Op die manier - in plaats van te zorgen voor je instandhouding - voer je alle toegewijde activiteiten uit: sravana kirtanam visnu smaranam pada sevanam.

[Srila Maharaja roept nu een andere toegewijde achterin de zaal, Akhilesa dasa:] Sta op en vertel de betekenis van al hetgeen we besproken hebben. Je bent een Duitser, dus spreek luid en duidelijk [de toegewijde begint zachtjes te spreken].

[Srila Narayana Maharaja:] Spreek luider als een leeuw. Spreek zoals ik doe, anders haal ik je naam af van lijst van degenen die Duits zijn. [Duitsers moeten moedig zijn.]

[Akhilesa dasa:] Aan het begin van uw lezing sprak u over het vers uit Caitanya-caritamrta: brahmanda bhramite kona bhagyavan jiva, waarin staat geschreven, dat het levend wezen door het universum zwerft en geboortes neemt in de 8.400.000 verschillende levenssoorten. Met groot geluk ontmoet hij de geestelijk leermeester, die hem het zaad van de bhakti-lata geeft ...

[Srila Narayana Maharaja:] Wat voor zaad is dat?

[Akhilesa dasa:] Het verlangen om Krsna te dienen.

[Srila Narayana Maharaja:] Dat is het innerlijke symptoom. Wat is het uiterlijke symptoom?

[Akhilesa dasa:] Het uiterlijke symptoom is, dat hij sraddha heeft en inwijding door een bonafide geestelijk leraar aanvaardt.

[Srila Narayana Maharaja:] Dat niet alleen. Hij heeft een vast vertrouwen, sraddha, in de woorden van Guru, Krsna en sastra. Samen met dit vertrouwen komt het verlangen om te dienen. Verder zal hij denken, dat hetgeen door hen wordt gezegd perfect is, dat er geen fouten zijn in hun woorden."

[Akhilesa dasa:] Dan begint hij de bhakti-lata te cultiveren en wordt een deskundige tuinman ...

[Srila Narayana Maharaja:] Wat doet een ziel, wanneer hij of zij dit bhakti-zaad ontvangt?

[Akhilesa dasa:] Hij plant het in zijn hart en geeft het de juiste voeding van hari-katha en goede associatie.

[Srila Narayana Maharaja:] Heel goed. Jullie moeten goed weten, dat Gurudeva het zaad van bhakti, de bhakti-lata-bija geeft, maar als hij ziet, dat het veld in het hart van de toegewijde niet vruchtbaar is, zal het voor de klimplant onmogelijk zijn te ontkiemen om maar niet te spreken van vrucht dragen. Als de strevende toegewijde zichzelf onder de loupe neemt, zal hij of zij zien, of het veld van hun hart braak ligt of niet, en of er alleen stenen op dat braakland liggen, of niet. [Zie eindnoot 1] Daarom moet hij allereerst zijn hart omploegen, hij moet het zacht maken en hij moet mest toedienen; anders is het niet mogelijk, dat een klimplant daar kan gedijen. Hij moet door middel van ploegen de stenen verwijderen, en als hij ziet, dat het land nu vruchtbaar is, legt hij het zaad van het verlangen om Krsna te dienen in zijn hart. [Zie eindnoot 2] Door een onbeperkte hoeveelheid materiële verlangens is het hart van steen geworden. Hoe kan de toegewijde deze verwijderen? Sukrti's worden verzameld door Hari, Guru en Vaisnava's te dienen, en door deze sukrti's krijgt de leerling de wens om alle ongewenste anartha's op te geven. Lust is de grootste anartha. De toegewijde moet lust onmiddellijk verwijderen; hij moet dit onmiddellijk wegnemen.

       Volg strikt de regulerende principes; niet roken, niet gokken, geen vlees eten, geen onwettig sexueel verkeer, enzovoort, en geef onmiddellijk alle onbetrouwbaarheid en hypocrisie op. Deze anartha's zijn als gaten en alles, wat de toegewijde verzamelt om zijn zaad te voeden, lekt door deze gaten weer weg zonder het bhakti-lata zaad te hebben aangeraakt. De tuinman zal eerst alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen moeten treffen. Hij moet de gaten repareren en de stenen uit zijn hart wegnemen; op die manier kan hij het zaad van bhakti planten. [Zie eindnoot 3]

       Wat gaat hij het eerst doen? Sravanam, sravanam, sravanam. Allereerst moet hij constant luisteren naar een bonafide guru en na enige tijd, wanneer hij een deskundig toehoorder is, kan hij proberen kirtana te doen te spreken. Wie voeren eigenlijk kirtana uit? Vyasadeva, Sukadeva Gosvami en anderen, zoals zij. Je moet evenals als Pariksit Maharaja naar Bhagavatam via Srila Sukadeva Gosvami luisteren. Dit is sravanam kirtanam. Deze negen activiteiten, sravanam, kirtanam, visnu smaranam, enzovoort, zijn belangrijk. Van deze negen zijn er vijf het belangrijkste:

sadhu-sanga, nama-kirtana, bhagavata-sravana,
mathura-vasa, sri-murtira sraddhaya sevana

["Men dient te associëren met toegewijden, de heilige naam van de Heer te chanten, Srimad Bhagavatam te horen, in Mathura te wonen en het Godsbeeld met vertrouwen en eerbied te vereren." (C.c. Madhya 22.128)]

sakala-sadhana-srestha ei panca anga
krsna-prema janmaya ei pancere alpa sanga

["Deze vijf geledingen van toegewijde dienst zijn de allerbesten. Zelfs een geringe uitvoering van deze vijf wekt liefde voor Krsna." (C.c. Madhya 22.129)]

       Een ieder, die zich verbindt in deze vijf oefeningen  - te beginnen met sadhu-sanga en in sadhu-sanga voert hij nama-kirtana, bhagavad-sravana, mathura-vasa (wonen in Mathura, Vrndavana, Navadvipa of een andere heilige tirtha), en Sri Vigraha-seva uit - zal spoedig krsna-prema verkrijgen. Als hij of zij daarentegen overtredingen begaat, is dit zeer gevaarlijk en krsna-prema zal niet in het hart verschijnen.

       De tuinman neemt het zaad, plant het in zijn nieuwe, vruchtbare hart en geeft het water. Hij moet in het begin niet teveel water geven door 'Goopi goopi goopi' te chanten. [Zie eindnoot 4) Dit is teveel water en door het zaad in het begin te verdrinken zal het niet spruiten; het zal in plaats daarvan in de grond verrotten.

       Jullie moeten het karakter en de activietien van Sri Prahlada Maharaja, Jagai-Madhai, Srila Haridasa Thakura, Sriman Mahaprabhu en Nityananda Prabhu bestuderen, en die van Srila Raghunatha dasa Gosvami. Dit is het juiste water voor het zaad. Het zaad zal volledig verrotten, als je het in het begin tracht te begieten met het luisteren naar het vertrouwelijke geheim van asta-kaliya-lila, zoals rasa-lila en andere soorten tijdverdrijf, die Radha en Krsna in de bossen genieten. Wees dus zeer voorzichtig. De kwalificatie om deze onderwerpen te horen zal vanzelf komen, als je het proces oprecht volgt; maar in het beginstadium moet je geleidelijk proberen sraddha, nistha, ruci, asakti, rati, enzovoort ontwikkelen. Luister niet naar deze vertrouwelijke spellen, voordat je deze stadia hebt bereikt. Er zijn twee soorten sraddha, werelds vertrouwen en transcendentaal vertrouwen. Wereldse sraddha is altijd komala, wisselvallig en heel zwak. Als je daarentegen transcendentale sraddha hebt (zoals Haridasa Thakura) zal je denken, "Al hak je me in duizend stukken, ik geef mijn chanten en mijn verering niet op".

       Nu kunnen jullie voor jezelf beoordelen of je transcendentale sraddha hebt of niet. Zonder transcendentale sraddha kun je je niet ontwikkelen; daarom moeten jullie vanaf vandaag beloven, "Hoeveel problemen ik ook krijg; zelfs als de grootste problemen op me af komen, ik zal nimmer mijn chanten en het herinneren aan Krsna opgeven". Alleen met een stemming zoals deze zal het bhakti-zaad ontkiemen; anders zal het een hele lange tijd duren, voordat er iets gebeurt. Sadhu-sanga is altijd vereist, want zonder sadhu-sanga is je vertrouwen zwak en zal je uiteindelijk het volgen van het proces opgeven. Als je het proces niet volgt, zelfs al is je bhakti-lata-bija reeds ontkiemd, sterft je kiemplant uiteindelijk af.

       Morgen kom ik een half uur in de vroege ochtend [vlak voor zijn vertrek] om een heleboel zaken uit te leggen.

       Gaura premanande.

 

[Toegewijde:] U zei, datwanneer transcendentale sraddha komt, 't je niet kan schelen, of je in stukken wordt gehakt; dat je desondanks blijft chanten en herinneren. Maar u zei een andere keer ook, datwanneer transcendentale sraddha voor het eerst verschijnt, je uit angst, respect en plichtsbesef in navolging van sastra dient en, dat je in overweging neemt, dat je naar de hel gaat, als je niet dient. Mijn vraag is: hoe kan de sraddha van iemand, die Krsna uit angst en plichtsbesef dient, sterk genoeg zijn om transcendentaal genoemd te worden?

[Srila Narayana Maharaja:] Zonder transcendentale sraddha kun je niet in je bhakti ontwikkelen en daarom moet je allereerst op dát stadium komen. Tot het moment, dat je transcendentale sraddha hebt ontwikkeld, is de sraddha vermengd; dan is het zowel werelds, als transcendentaal. Echter, door te praktiseren onder leiding en in het gezelschap van Gurudeva ontwikkelt de transcendentale sraddha geleidelijk en tegelijkertijd verdwijnt de wereldse sraddha. Zodra volkomen transcendentaal vertrouwen zich heeft ontwikkeld, ben je als Haridasa Thakura.

[Toegewijde:] In Jaiva-dharma staat, dat alles bij toeval op ons pad komt; betekent 'bhagyavan' (geluk) daarom toeval?

[Srila Narayana Maharaja:] Je kunt zeggen, dat de atomisch kleine jiva per toeval is gevallen, dat we Krsna's genade bij toeval ontvangen en, dat je bij toeval sukrti's verzamelt. Maar het woord 'toeval' heeft een diepere betekenis. Krsna is Guru en Hij is heel genadig. Hij wordt caitya-guru genoemd. Als caitya-guru inspireert Hij de toegewijde van binnenuit: "Er is een Vaisnava gearriveerd. Je moet naar hem toegaan en hem vragen stellen". Hij inspireert en de toegewijde gaat naar hem toe. Behalve de toegewijde van binnenuit te inspireren verschijnt Hij ook van buiten als de Guru. In onze huidige geconditioneerde staat kunnen we dit niet zien; we zien het louter als toeval. Maar dit 'toeval' wordt in werkelijkheid door Krsna gearrangeerd. Alle toeval wordt door Krsna gearrangeerd; Hij is de wortel van alle toeval. Je kunt zeggen, dat deze gelegenheden door toeval ontstaan, maar eigenlijk kan wereldse taal geen transcendentale ideeën uitdrukken. Wereldse woorden zijn niet in staat de juiste sentimenten te vertolken, of de juiste siddhanta overbrengen; daardoor zijn fouten onvermijdelijk.

[Toegewijde:] Srila Gurudeva, wilt u ons alstublieft vertellen op welk niveau we transcendentaal vertrouwen hebben? Is dat nishta, ruci, asakti, of iets anders?

[Srila Narayana Maharaja:] Het begint bij het begin en neemt langzaam toe. Wanneer jouw onwetendheid en anartha's verdwenen zijn, wordt je vertrouwen sterker. In het stadium van ruci is het vertrouwen erg sterk en dan is het transcendentaal. In alle toegewijden is iets van transcendentaal vertrouwen of bhakti aanwezig en naarmate je doorgaat in gezelschap van Vaisnava's te horen en te mediteren op hetgeen je hebt gehoord en probeert diep na te denken over deze onderwerpen, neemt je sraddha toe en verdwijnen geleidelijk al je anartha's. Vanaf het begin is er bhakti, maar het bevindt zich op het laagste pitje. Dan door chanten, horen en Krsna herinneren in sadhu-sanga neemt de mate van transcendentale sraddha geleidelijk toe en tegelijkertijd neemt de wereldse sraddha af.

[Toegewijde:] Srila Gurudeva. Wilt u alstublieft de definitie geven van onbetrouwbaarheid en hypocrisie (schijnheiligheid)?

[Srila Narayana Maharaja:] Als hetgeen, dat in het hart is, verschillend is van hetgeen uit de mond komt, spreken we van onbetrouwbaarheid. Als we in ons hart een of andere positie willen hebben, als we anderen willen bedriegen, of als we geld willen verdienen, maar uitwendig zeggen, "Hare Krsna, Hare Krsna", spreken we van onbetrouwbaarheid. Iemand zegt, "Ik kan je krsna-bhakti geven; ik heb de paspoorten en de visa voor Goloka Vrndavana. Betaal mij tenminste tienduizend Euro en ze zijn voor jou", dan is dat hypocrisie en onbetrouwbaarheid. Als we zeggen, "Zij moeten flink ruzie maken, zodat ik er flink aan kan verdienen", heet het onbetrouwbaarheid. Duryodhana wilde dat er oorlog kwam, zodat hij de troon kon bestijgen. Als wij op dezelfde manier denken, dat we ons moeten bezighouden met onenigheid en ruzie maken met anderen, of denken anderen in ruzies te moeten betrekken, zodat wijzelf geacht worden een speciale behandeling krijgen, zijn we onbetrouwbaar (duplicitous). Duryodhana was onbetrouwbaar, maar de Pandava's waren niet onbetrouwbaar.

       Gaura premanande.

Eindnoten

[Eindnoot 1 Voordat de wens om Krsna te dienen in de ware zin des woords in de leerling aanwezig is, verwijdert de geestelijk leermeester zorgvuldig zijn of haar obstakels, anartha's en misvattingen. Dit wordt bedoeld met 'het veld omploegen'. Nadat het veld vruchtbaar is gemaakt geeft de geestelijk leermeester het zaad. De strevende leerling zal het zaad willen planten alvorens dit proces te hebben voltooid, maar dat zaad zal niet ontkiemen. Daarom verneemt de leerling eerst van de geestelijk leraar hoe hij of zij obstakels in de vorm van anartha's, enzovoort, teboven kan komen.]

[Eindnoot 2 Een beschrijving hiervan staat in Caitanya-caritamrta, Madhya-lila Hfsk. 12: 'Het reinigen van de Gundica Tempel'.]

[Eindnoot 3 Deze vertegenwoordigen verschillende stadia in het hart van de geconditioneerde ziel.]

[Eindnoot 4 Dit verwijst naar degenen, die zich op kunstmatig wijze een relatie met de gopi's inbeelden, of zich verbeelden, dat zij hun gopi-identiteit hebben gerealiseerd, maar zichzelf in plaats daarvan hebben verbonden aan wereldse sentimenten. 'Goopi' betekent eenvoudig, dat er geen enkele spirituele betekenis schuil gaat achter de ingebeelde verbinding met de gopi's, ofschoon de persoon "Gopi, Gopi" chant.]

Medewerkers

Adviseurs: Pujyapada Madhava Maharaja en Sripad Brajanatha dasa.
Overzetting: Radhika dasi.
Bewerking: Syamarani dasi en Premavati dasi.
Typiste: Bimala dasi.

Verantwoording

Deze uitgave werd tot stand gebracht op verzoek van Sri Srimad BV Narayana Maharaja, Sri Keshavaji Gaudiya Matha, Agra Road, Mathura (U.P.), India 281001.

Tel.(+91) (565) 409453.
E-mail: syamarani@gaudiya.net;brajanatha@gaudiya.net.

Internet

Alle lezingen van Sri BV Narayana Maharaja worden in het Engels gepubliceerd op:

http://groups.yahoo.com/group/harikatha/messages.

Verklarende woordenlijst

acarya – iemand die onderwijst naar eigen voorbeeld, geestelijk leermeester.

anartha – ongewenste eigenschap, zoals lust, jaloezie, angst, hebzucht, illusie, enz.

asakti – grote gehechtheid aan toegewijde dienst, guru en Krsna.

 

baba – heilige man in de wereldverzakende levensorde.

Bhagavatam – Srimad Bhagavatam, bhakti-geschrift, conclusie op de Vedanta.

bhakti – het pad om de Allerhoogste Persoon, Krsna, te bereiken d.m.v. exstatische toegewijde liefdedienst.

bhakti-lata-bija—het zaad van de klimplant der liefde

bogus – waardeloos.

 

Caitanya-caritamrta – biografie van Sri Caitanya Mahaprabhu, de laatste Incanatie van Krsna op aarde (1486-1534), geschreven door Sri Krsna dasa Kaviraja Gosvami.

chanten – het zingen van de heilige namen van Krsna op een kralensnoer van Tulasi-hout.

 

darsana – ontmoeting met de geestelijk leermeester, of in een visioen met God.

Durvasa Rsi – de ziener Durvasa, een incarnatie van Sri Siva.

Duryodhana – de kwade neef van de Pandava's, die een oneigenlijke aanspraak op de troon maakte en daardoor 5.000 jaar geleden een wereldoorlog, de Mahabharata, ontketende.

 

geconditioneerd – een ziel aan de aarde gebonden door slavernij aan de materiële zintuigen.

Gita – Bhagavad-gita, het lied gezongen door Sri Vasudeva Krsna op het slagveld van Kuruksetra vlakvoor het uitbreken van de wereldoorlog, de Mahabharata 5.000 jaar geleden.

Goloka Vrndavana – de allerhoogste planeet in het spirituele universum, Krsna's hoogst eigen woonplaats.

 

Hari – een van de vele persoonlijke namen van Krsna.

Haridasa Thakura – een tijdgenoot van Sri Caitanya Mahaprabhu, die 300.000 heilige namen per dag zong; de incarnatie van Sri Brahma.

 

hari-katha – de vertellingen uit de geschriften over het spel en vermaak van Krsna.

 

Jaiva-dharma – een spirituele roman over de essentiële natuur van de ziel. Tien hoofdstukken van dit boek staan op de website http://home.wanadoo.nl/indira.dasi/philosophy.

Janamastami – de verschijningsdag van Sri Krsna, die wordt gevierd in aug/sept.

jiva –het levend wezen, zowel mens, dier als plant.

 

Kesava – een persoonlijke naam van Krsna.

Krsna (Krishna) – de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods.

Krsna Kanhaiya – een koosnaam voor Krsna gebruikt door zijn intimi.

kunja – een plaats in het bos van Braja, waar Krsna zijn vriendinnen ontmoet.

 

Madhava – een naam van Krsna.

manjari – lett.: bloemknop; fig.: jong meisje, dienares van Srimati Radhika in de geestelijke wereld en de hoogste spirituele functie, die een levend wezen kan bereiken.

 

Nanda Baba – de eeuwige vader van Krsna in de geestelijke wereld.

Narada Muni – geestelijk leraar en broer van Sri Siva, zoon van Sri Brahma, de schepper.

nishta – sterke gehechtheid aan Guru en toegewijde dienst, een stadium in het proces van bhakti.

 

Pandava's – vijf broers, neven van Sri Vasudeva Krsna, die 5.000 jaar geleden een rechtmatige aanspraak op de troon maakten.

Pariksit Maharaja – de stervende koning aan wie Sri Sukadeva Gosvami het Srimad Bhagavatam in zeven dagen openbaarde.

 

rasa – transcendentaal extatische liefdesrelatie met Krsna.

ruci – transcendentale smaak, een stadium in het proces van bhakti.

 

sadhu-sanga – samenkomst van zoekers naar waarheid (sadhu's), of toegewijden.

sadhaka – beginnend beoefenaar van het proces van bhakti.

sakha – vriend van Krsna in de geestelijke wereld.

 

sastra – heilige geschriften geschreven in Sanskriete taal.

siddhanta – algemeen aanvaarde conclusies over de spirituele waarheid.

sraddha – vertrouwen, geloof, overtuiging.

Srila Gurudeva – universele naam waarmee toegewijden hun Guru aanspreken.

Srimati Radhika – de belangrijkste gopi (koeherderin) en geliefde van Krsna in de geestelijke wereld.

Sri Rupa-siksa – Sri Rupa was een tijdgenoot van Sri Caitanya Mahaprabhu (1486-1534), die door Hem werd aangesteld als instructie gevende leermeester van de bhagavata-parampara (geestelijke erfopvolging van leermeesters).

Sri Srimad Bhaktivedanta Narayana Maharaja – de formele naam en titulatuur van de spreker van deze lezing.

Sripad Madhava Maharaja – de naaste dienaar (in de wereldverzakende levensorde) van Sri Narayana Maharaja.

Sukadeva Gosvami – degene, die 5.000 jaar geleden het Srimad Bhagavatam sprak bij het sterfbed van Pariksit Maharaja.

sukrti – bewust of onbewust verzamelde vrome daden in relatie tot de Vaisnava's en Krsna.

 

transcendentaal – bovenzinnelijk, spiritueel, ontstegen aan de materiële zintuigen.

 

Vaisnava – toegewijde van Sri Visnu of Sri Krsna.

Vyasadeva – literaire Incarnatie van Sri Krsna, die ten tijde van de wereldoorlog, de Mahabharata, het Vedisch Corpus samenstelde, dat o.a. bestaat uit de Vier Vedas's, de Vedanta, het Srimad Bhagavatam, 108 Upanisaden, 54 Purana's, en talloze smrtti's en sruti's.

Home

Lezingen

Happiness in a Fool's Paradise

Wie ben je?

Bhakti-lata-bija

Vedische verhalen

De brahmaan en de schoenlapper

Het Meer des Doods

De zegen van de sadhu

Een bundel stokken

De kraai en de tal-vrucht

Vijf blinde mannen en een olifant

De eitjes van de pluvier

Word maar weer een muis

De vinger van de koning

Bhrigu's voetafdruk

Het kleed van de yogi

Word maar weer een muis

De vinger van de koning

Bhrigu's voetafdruk

Het kleed van de yogi