De geestelijke leraar van de stichter van de Gaudiya Matha. Hij was ook een
intieme metgezel van Srila Bhaktivinoda Thakura, de grootste Vaisnava uit zijn
tijd. Zijn Samadhi Mandir is in de Chaitanya Matha in Mayapur.
Srila Gaurakisora dasa Babaji verscheen bijna honderd jaar geleden in het district Pharidapura nabij
de plaats genaamd Tepakhola in het dorp Vagyana. In dat dorp, gelegen aan de oever van de rivier
de Padma, werd hij geboren als de zoon van een vaisya genaamd Vamsi das. Tijdens zijn
jongensjaren arrangeerden zijn vader en moeder zijn huwelijk, en hij bleef bijna negenentwintig
jaar in het gezinsleven, waarin hij werkte als graanhandelaar.
Na de dood van zijn vrouw verliet hij zijn zaak en benaderde Srila Bhagavat dasa Babaji om hem te
verzoeken om de traditionele 'paramahamsa' Vaisnava Babaji-kledij. Na Babaji-initiatie te hebben
ontvangen van Srila Bhagavat dasa Babaji, die een discipel was van Jagannatha Dasa Babaji, reisde
Srila Gaurakisora van dorp naar dorp in Vrindavana, en verrichtte onophoudelijk zo'n dertig jaar lang
zijn verering van Heer Krishna. In deze periode reisde hij soms naar de heilige pelgrimsoorden in
noord en west-India. Hij had omgang met Sri Svarupa dasa Babaji in Jagannatha Puri, Srila Bhagavan
dasa Babaji in Kalina, en Sri Caitanya dasa Babaji in Khulia. Srila Gaurakisora dasa Babaji verwierf
faam onder de grote toegewijden van Vrindavana en kreeg de toepasselijke naam van bhajananandi.
Hoewel Srila Gaurakisora zulke hoge eer te beurt viel, streefde hij nooit in het geheim naar ook
maar een druppel materiële zinsbevrediging. Materieel genot liet hem volkomen onverschillig. In
zichzelf tevreden en alleen, verrichtte hij zijn zuivere devotionele spel en vermaak in een diep-
devotionele gemoedsstemming.
In het jaar 1897, tijdens de maand Phalguna (maart), toen de Yoga Pitha (de precieze
geboorteplaats van Sri Caitanya Mahaprabhu) in Sri Mayapura Dhama ontdekt werd, kwam Srila
Gaurakisora vanuit Vrindavana naar Sri Navadvipa Dhama. Vanaf dit moment tot aan zijn
verdwijning leefde Srila Gaurakisora in verschillende dorpen in de omgeving van Sri Navadvipa
Dhama, realiserend dat ze niet-verschillend van Vrindavana waren. Hij bedelde droog voedsel van
de huislieden van de heilige Dhama, waarbij hij soms het voedsel in zijn hand offerde aan de
Allerhoogste Godspersoon. Om te koken sprokkelde hij vaak droog hout van de paden en waste hij
gebruikte aardewerken potten die de mensen aan de kant van de weg hadden gegooid in de buurt
van de rivier de Ganga. Om zich te kleden ging hij naar de oever van de Ganga en verzamelde en
waste afgedankte kleding die gebruikt was om lijken in de crematie-ghats te bedekken. Op deze
manier voorzag hij in zijn levensbehoeften, altijd onafhankelijk blijvend van de steun van anderen
door voorwerpen te gebruiken die voor niemand enige waarde hadden.
Srila Bhaktivinoda Thakura haalde vaak het gedrag van Srila Gaurakisora dasa Babaji aan om de
betekenis van nirapeksa, 'onverschilligheid', te illustreren. Hij sprak vaak over de ongeëvenaarde
onthechting, zuivere toewijding, en gehechtheid aan Krishna die Babaji Maharaja aan de dag legde.
Babaji Maharaja bracht geregeld een bezoek aan Svananda Kuñja, een plaats in Godrumadvipa (één
van de negen eilanden van Navadvipa), waar Bhaktivinoda Thakura zich in zijn laatste dagen had
teruggetrokken. Srila Gaurakisora kwam om Srila Bhaktivinoda Thakura te horen spreken
over het Srimad Bhagavatam en andere onderwerpen betreffende de vertrouwelijke conclusies van
toegewijde dienst. Babaji Maharaja legde groot enthousiasme aan de dag bij het horen van deze
verhandelingen.
Zijn enige bezittingen waren de Tulasi-mala die hij om zijn hals droeg en de Tulasi-mala
(gebedssnoer) in zijn hand. Hij had ook een paar boeken, zoals Narottama dasa Thakura's Prarthana
en Prema Bhakti Chandrika. Soms droeg Gaurakisora dasa Babaji geen Tulasi-mala om zijn
hals en hield hij een gescheurde geknoopte doek in zijn hand om zijn ronden op te chanten. Soms
droeg hij zijn kopin (lendendoek) open en soms droeg hij helemaal geen kopin. Soms stiet Srila
Gaurakisora zonder duidelijke reden doordringende klanken van walging uit.
Hoewel Gaurakisora dasa Babaji niet geleerd was in Sanskriet-grammatica, straalden de betekenis
en conclusies van alle geschriften toch in zijn hart en karakter. Niemand vond ooit een kans om hem
te dienen omdat hij iedere soort van dienst van wie dan ook afwees. Iedereen die zijn
onaardse staat van onthechting zag, kon slechts denken aan de verhalen over Srila Raghunatha dasa
Gosvami. Iedere soort van volheid, zoals alwetendheid, wachtte altijd met gevouwen handen om
hem van dienst te zijn. Hij was in staat om de leugenachtige aard in het hart van iedere
huichelaar aan het daglicht te brengen. Zelfs als iemand niet in zijn nabijheid verkeerde, kon Babaji
Maharaja uitgebreid en tot in detail diens bedrieglijke natuur onthullen, omdat hij in contact stond
met de Superziel in het hart. Deze volheid was echter niet Srila Gaurakisora dasa Babaji's
voornaamste deugd. Hij legde de hoogste standaard van toewijding aan de Allerhoogste Heer, Sri
Krishna, aan de dag, en vanwege zijn voorbeeldige karakter genoot hij faam als de belichaming van
de hoogste graad van gescheidenheid van Heer Sri Krishna. Zijn zuivere toewijding onderscheidde
hem van alle andere Vaisnava's en verspreidde eeuwig de schittering van zijn lotusvoeten.